Het initiatief trok de aandacht van eerst de lokale en daarna de landelijke pers. In 2014 werd de Almeerse Wolunie opgericht. Als breister deed dit feit mijn hart sneller slaan. Wat een leuk idee, om opnieuw wolverwerkende industrie in Nederland op te starten. Het zag er allemaal heel erg fancy uit: er was een ontwerpbureau in de arm genomen dat de vormgeving deed en de machines had ontwikkeld om de wol van de kudde Romney-schapen te kunnen verwerken.
Ik meldde mij aan als lid, en vrijwel direct daarna ook als gastvrouw. Behalve voor het volgen van de workshops Wassen & selecteren, Kaarden, Vilten en Verven van de wol was ik dus voortaan ook vrijwillig op de zondag aanwezig in de schaapskooi om samen met een aantal andere wolaholics het bijbehorende infopunt en winkeltje te bestieren.
Het viel niet mee. De schaapskooi was koud, de schapen stonden een eind weg in het Kromslootpark, dus echt gezellig was het er ook niet. Er kwam geen hond, en als er iemand kwam moesten we vertellen dat de design-kaardfietsen nog niet helemaal naar behoren functioneerden en dat bezoekers ook niet zomaar de schaapskooi in mochten. Er was gehannes met de kas en gedoe over de verdere invulling van de Wolunie.


