Nadat we twee trappen waren opgelopen in het naar vuilniszak riekende trappenhuis werden we door een paniekerige juffrouw op onvriendelijke wijze verzocht na een half uur terug te komen. We bleken ons vergist te hebben in de tijd. Eerst maar een kopje thee op de markt dan.
Bij terugkomst kregen we een uitgebreide uitleg over de reden tot paniek en de familieverbanden die daaraan ten grondslag lagen.
De behandelruimte zag er ietwat morsig uit: een bonte verzameling aan flesjes en potjes van huismerken, een oud plastic bakje waar de gebruikte instrumenten in verdwenen en verwassen handdoeken van onbestemde kleur. Alsof er pedicuurtje werd gespeeld.
Er werd driftig geknipt, gevijld en geslepen. Ondertussen kletste ze honderduit, en bleken haar denkbeelden over het leven niet helemaal te stroken met de onze.
Toen we allebei klaar waren vroeg ze of er een nieuwe afspraak gemaakt kon worden. Snel riep ik dat we nog even zouden overleggen wat een goede dag was en het haar zouden laten weten.
Gelukkig maar, want later bleek ze de teennagel van P. tot op het vlees te hebben weggeknipt.


