Honderden kopjes moet ik voor hem hebben ingeschonken. De fluitketel steevast veel te vol in zijn ogen, want thuis had ik een grotere theepot. Groter dan het thermoskannetje waarin ik het water in vaders appartement opschonk.

Als de thee getrokken was pakte ik twee theeglazen uit het rechterbovenkastje: voor mij een wat slanker en hoger model, en vaders eigen kopje dat lager en breder was. We aten een door mij klaargemaakte boterham of – de laatste jaren- een vers broodje, en dronken dus die thee.

Meestal wilde hij nog wel een kopje, na de uitspraak: ach, waarom niet? Soms zette ik nog een tweede kannetje, want thee is mijn drug of choice, en een enkele keer dronk hij zelfs nog een derde kopje mee.

En nu zit ik hier met vaders theekopje. Er waren nog spullen te verdelen en zijn kleinkinderen hadden aangegeven wat ze wilden hebben. Het kopje bleef over, ik nam het mee.

De rand is mij te dik. Vader zal dat waarschijnlijk niet zo ervaren hebben, maar het glas drinkt niet echt prettig. Bij elke slok voel ik de dikke rand van rouw. Zie ik zijn dunne lippen voor me die zich tuiten om in de hete thee te blazen.

Van zus P. hoorde ik dat vader niet echt van thee hield. Hij dronk liever koffie.

Aanbevolen artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.