Mijn oma van moederskant heette Petronella Helena, roepnaam Nel. Zus P. werd naar haar vernoemd.
Ze werd geboren in 1895, en stierf toen ik vier jaar oud was. Ik had nul herinneringen aan haar.

Het was een prachtige jonge vrouw geweest, onze Nel. Ze droeg haar haar in een nonchalante knot op het achterhoofd. In haar ogen een vastberaden blik, ze kon de hele wereld aan. Het zou zo een bakfietsmoeder in het Amsterdam van nu kunnen zijn, schoot door mijn hoofd. Behalve dat de stiksteekjes van de kraag van haar jurk er duidelijk met de hand op waren aangebracht.
Ze had het tamelijk goed gehad, samen met haar Bernard die meesterschoenmaker was. Ze hadden een eigen zaak aan huis. In het levensverhaal van mijn moeder komt Nel terug als een warme, hardwerkende huisvrouw. Er was een naaimachine thuis, ze breide. Met kerst, na de nachtmis, bakte ze biefstuk voor bij het ontbijt. Ze aten dan in de hal, waar doordeweeks de gerepareerde schoenen lagen te wachten op hun eigenaren. ’s Avonds werd daar ook gedineerd: vermicellisoep, rollade of fricandeau, aardappels en groenten. Toe was er pudding in de vorm van een vis.
Drie kinderen kreeg ze. Mijn tante Ria, de oudste, bleef maar twee weken leven. Was het dan wel mijn tante? En hoe moest dat geweest zijn voor mijn oma, die zelf uit een gezin van acht kinderen kwam? Of waren het er toch negen? Ergens had ik immers gelezen dat ook zij een zusje had gehad dat maar tien weken leefde.
Er werd niet over gepraat waaraan de kleine Ria was overleden. Dat ging toen zo, zei mijn moeder. Gelukkig werd ze niet vernoemd naar haar dode zusje. Het kan niet anders of moeder Nel moet doodsangsten hebben uitgestaan toen haar tweede dochter werd geboren. Zou dit kindje wel mogen blijven leven?
Nel verouderde snel. Dat ging toen zo, zei mijn moeder. Op de foto in de tuin staat ze naast mijn zojuist verloofde ouders. Het haar korter, het gezicht vermoeider. En bij de bruiloft, een paar jaar later, staat daar een bejaarde vrouw in een lange mantel en een hoed op het grijze haar. Ze moet net zestig zijn geworden, bijna net zo oud als ik nu.
Ach Nel, wat had ik graag eens een goed gesprek met je gehad. Over je leven, je grote liefde en je grote verdriet.
We hadden een heel eind weg kunnen kletsen.


[…] op haar schoolrapporten geschreven stond. Haar moeder Nel zal haar dicht bij zich hebben gehouden, die mocht niet voor de tweede keer een kind verliezen. En haar broertje Ben wist al heel jong dat hij later directeur zou worden. Hij moest er niet aan […]