Hare Krishna

We gingen vroeger wel eens op woensdagmiddag met de bus naar C&A op het Damrak, omdat die nu eenmaal groter was dan de winkel op het Buikslotermeerplein. Daarna aten we een slagroomijsje bij Van der Linde op de Nieuwendijk, het lekkerste ijs van de hele wereld. Het kon dan zomaar gebeuren dat we ze tegenkwamen. Het ritmische gerinkel van de tamboerijn en de gezongen mantra Hare Krishna Hare Krishna Krishna Krishna Hare Hare – Hare Rama Hare Rama Rama Rama Hare Hare kwamen steeds dichterbij en maakten me bang.

Maar als ze er eenmaal waren keek ik van gepaste afstand, verscholen achter mijn moeder, vol nieuwsgierigheid naar de kaalgeschoren hoofden met enkel nog een staartje aan de achterkant, de met klei aangebrachte driehoekjes op de neusbruggen die uitliepen in twee lijnen over het voorhoofd en de oranjeroze en witte gewaden. Ik leerde het liedje van buiten zodat ik het een volgende keer in mijn hoofd kon meezingen, maar was als de dood dat ik meegenomen werd. Dit was enger dan Sinterklaas.

Toch is het me altijd blijven boeien. Godsdiensten, religieuze groeperingen, sektes. De devotie, het je vol overgeven aan een onbekende, en verondersteld grotere macht. Zou het zijn vanuit de universele behoefte om ergens bij te horen? De Hare Krishna’s ben ik nooit meer tegengekomen en dat is maar goed ook.

Mijn moeder is er niet meer om me achter te verschuilen.

Aanbevolen artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.