Goed dat je daar de tijd voor neemt, zei dochter F., over iets wat ik graag volgend jaar zou willen gaan doen.
We nemen er de tijd voor, zei de plisségordijnenverkoopster, over het inmeten van de plisségordijnen.
Ik had zelf tijdens de afgelopen vakantie ook al bedacht dat ik meer de tijd zou willen nemen. Voor alles waar ik mee bezig was, voor alles wat ik moest of wilde doen. Maar ja, tegelijkertijd vond ik tijd verknoeien zo ongeveer het ergste wat er was. De balans vinden tussen rustig aan doen en verspillen was een uitdaging. Vertragen, omarmen: prachtige begrippen allemaal, maar hoe schakelde ik mijn ongedurigheid uit?

En, kreeg ik die tijd wel om te nemen? Hoe wist ik dat ik het rustig aan kon doen? Wie gaf me de zekerheid dat ik alle tijd van de wereld had? Als ik wist ik hoeveel dagen, maanden, jaren, of hopelijk decennia ik nog had, dan kon ik een langetermijnplanning hanteren. Maar ik wist ook dat ik dat niet wist.
En de tijd was -zo bleek- ook geen garantie voor succes. De plisségordijnen werden geleverd in de verkeerde kleur. En ik begon te twijfelen over mijn plannen voor volgend jaar. Gelukkig hebben we nog even.

