Kon hij maar vertellen wat er was gebeurd. Waarom hij zo’n grote wond aan zijn linkerachterpoot had. Of hij als niet-gecastreerde kater werkelijk Mimi had geheten. En of de leeftijd die de dierenarts hem had toebedeeld wel klopte.
Aan de andere kant: wat maakte het uit. In mijn hart was er ruimte genoeg voor een iets oudere kat met een geblesseerde achterpoot en een verborgen verleden. De onschuldige blik in zijn geelgroene ogen en zijn enorme katerwangen waren onweerstaanbaar. Bovendien had ik zelf óók het nodige meegemaakt in mijn leven, en kon hij niet eens kiezen met wie hij mee naar huis ging. Wie was ik om te oordelen over dit levende wezen?
In het asiel had hij de naam Bikkel gekregen. Stoïcijns onderging hij de onderzoeken en behandelingen om zijn poot weer op te lappen. Hij verblikte of verbloosde niet van zijn luidruchtige buurman.
Ondanks zijn net-nieuwe naam wist ik het meteen: dit is mijn Oskar. Nee, niet de teckel waar ik al jaren van droomde, maar een cyperse kater. De vorm was niet zo belangrijk. Het was de onverschrokken ik-ben-anders-dan-anders uitstraling die bij de naam paste. Onafhankelijk, dapper en lief.
‘Ik vind het wel een beetje snel, hoor,’ zei M. Het was inderdaad nog maar net twee maanden geleden dat mijn allerliefste Rovertje ons had verlaten. Hij zou nooit meer terugkomen, en niemand kon zijn plaats innemen. Natuurlijk niet. Maar ik hoorde mezelf nog tegen de dierenarts zeggen dat Rover mijn laatste nog thuiswonende kind was. Ik had een zorgbehoefte die vervuld moest worden.
Nu maar wachten op het verlossende telefoontje van het asiel dat onze nieuwe vriend klaar is om te verhuizen.

Aanbevolen artikelen

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.